Begeleiden vraagt aandacht, ook in een drukke werkplaats
Een leermeester heeft veel verantwoordelijkheden. Werkorders afronden, tempo houden, kwaliteit leveren en tegelijk een student opleiden. In die combinatie ontstaat al snel het gevoel dat begeleiden extra tijd kost. Zeker wanneer de werkdruk hoog is. Toch bepaalt goede begeleiding het succes van een student. Het voorkomt uitval, versnelt zelfstandigheid en zorgt dat hij zijn diploma behaalt. Wie bewust kiest waar hij tijd voor maakt, voorkomt dat begeleiding steeds naar de achtergrond verdwijnt.
Slim begeleiden betekent niet méér doen, maar anders doen
Begeleiden vraagt soms om geplande momenten, zoals een periodeplanning of een voortgangsgesprek. Tegelijk zit veel begeleiding al in het dagelijks werk. Door tijdens een klus hardop te denken, vaste begeleidingsvragen te gebruiken en je aanpak af te stemmen op de student, versterk je het leerproces zonder extra belasting. Zo wordt begeleiden werkbaar en levert het uiteindelijk tijd op.
1. Waar je tijd voor máákt
Periodeplanning
Maak een periodeplanning. Bijvoorbeeld voor 6 weken.
Stel jezelf drie vragen:
- Wat moet de student aan het eind zelfstandig kunnen?
- Welke klussen horen daarbij?
- In welke volgorde leert hij die?
Door dit vooraf helder te maken:
- voorkom je losse leerdoelen
- zie je sneller voortgang
- weet de student waar hij naartoe werkt
Dat geeft rust.
Vaste voortgangsgesprekken
Ga regelmatig even apart zitten. Niet tussen de bedrijven door, maar bewust.
Bespreek:
- gedrag
- motivatie
- planning
- wat goed gaat
- wat beter kan
Een goed gesprek:
- versterkt vertrouwen
- voorkomt dat irritaties opstapelen
- maakt verwachtingen duidelijk
Wie gesprekken uitstelt, betaalt later met extra tijd en energie.
Eerlijk beoordelen
Te streng demotiveert.
Te makkelijk vertraagt ontwikkeling.
Eerlijk, objectief en professioneel beoordelen:
- geeft richting
- maakt ontwikkeling zichtbaar
- voorkomt discussie achteraf
Wat je tijdens het werk doet
Veel begeleiding zit al in je werk. Je hoeft geen extra momenten te creëren. Je kunt bestaande momenten anders gebruiken.
Denk hardop tijdens het werk
Leg uit wat je toch al doet.
Laat horen hoe jij als vakman denkt en afweegt.
- Waarom pak je dit zo aan?
- Waar let je op?
- Wat doe je als het misgaat?
Dat kost geen extra tijd. Je laat zien hoe jij het doet. Daar leert je student van.
Laat de student eerst uitleggen wat hij gaat doen
Vraag:
Wat is je plan?
Je hoort meteen:
- of hij het snapt
- waar hij twijfelt
- of hij overzicht heeft
Zo stuur je bij vóórdat het fout gaat.
Gebruik steeds dezelfde begeleidingsvragen
Zo begeleid je zonder extra tijd kwijt te zijn.
Werk met vaste vragen tijdens het werk:
- Wat is je plan?
- Waar let je op?
- Wat ging goed?
Deze structuur:
- vraagt geen voorbereiding
- geeft houvast
- maakt reflectie normaal
Check halverwege kort
Tien seconden tussentijds besparen minuten achteraf.
Wacht niet tot het eind van de klus.
Een korte check tussendoor:
- voorkomt herstelwerk
- verkleint frustratie
- geeft de student vertrouwen
Verdeel begeleiding in het team
Begeleiding hoeft niet op één persoon te rusten.
Spreek bijvoorbeeld af:
- deze collega let op techniek
- die op tempo
- een ander op veiligheid
Zo blijft begeleiding haalbaar en ligt niet alles bij één leermeester.