Als nieuw leerbedrijf stelt u een een gecertificeerde leermeester aan. Wanneer niemand gecertificeerd is, dan zal een werknemer de leermeestertraining moeten volgen. Hier zijn enige kosten aan verbonden.
U stelt een leermeester aan die, naast dat hij deskundig en bekwaam is, enthousiast en met plezier de leerling begeleid.
U geeft de leermeester tijd, ruimte en middelen om de leerling te begeleiden. Deze leermeester is namelijk belast met de dagelijkse begeleiding en opleiding van de leerling op de werkvloer. Dit kan invloed hebben op de productiviteit van deze medewerker.
Van de leermeester wordt verwacht dat deze deskundigheidsbevordering doet. Dit betekend dat de leermeester de ruimte krijgt om zichzelf verder te bekwamen.
De leerling moet in de praktijk opdrachten maken. U bent verantwoordelijk dat de leerling deze opdrachten kan maken en zodoende alle facetten/onderwerpen van de opleiding in de praktijk ervaart. Kan dit niet intern, dan zorgt u voor een oplossing extern.
Een leerbedrijf biedt een goede en (sociaal) veilige leerplaats aan de leerling. Het is belangrijk dat de leerplaats aan de eisen van Arbo-wet voldoet.
Het opleiden van een leerling doet u niet alleen, er zijn meerdere partijen bij betrokken. Het is van belang dat u contact onderhoudt met het ROC en de opleidingsadviseur van Innovam en de verantwoordelijkheden, zoals beschreven in het BPV-protocol, neemt. Met het ROC maakt u concrete afspraken over de vorm, inhoud, begeleiding en beoordeling van de BPV-periode.